Uiteindelijk zitten kinderen op de basisschool om heel veel te leren. Hiervoor zijn leerprogramma’s ontworpen die zoveel mogelijk aansluiten bij individuele kinderen.
Voor de kinderen die minder aankunnen, is een uitgebreid hulpscenario ontwikkeld dat in voorgaande hoofdstukken staat beschreven. Maar ook aan de kinderen die iets extra’s aankunnen, wordt aandacht besteed.
De scholen voor voortgezet onderwijs geven gedurende twee jaar de resultaten door van onze ex-leerlingen. Daaruit blijkt dat “de Ayundo-kinderen” het veelal prima doen: Zij hebben behoorlijk wat kennis, hebben een prima werkhouding en zijn goed voorbereid op de overstap naar het vervolgonderwijs.
Via het Leerlingvolgsysteem (LVS) wordt de ontwikkeling van uw kind bijgehouden.
LVS staat voor een werkwijze, waarin door middel van toetsen en testen, observeren en het nakijken van het werk, in overleg, de best passende begeleiding aan uw kind wordt gegeven. In dit LVS vindt u de gegevens van onder andere:
¨ Resultaten van werken met ontwikkelingsmateriaal/spel.
¨ AVI Leestoetsen.
¨ Resultaten toetsen van de methode Taalactief.
¨ Resultaten toetsen methode Rekenrijk.
¨ Resultaten toetsen van de Grote Reis.
¨ Resultaten van Cito leerlingvolgsystemen spelling, woordenschat, aanvankelijk lezen, taalschaal, begrijpend lezen en rekenen.
Het LVS wordt door de leerkracht bijgehouden. Het LVS kan ook gebruikt worden door de intern begeleider om de leerresultaten van uw kind te bespreken.
Het LVS wordt ook als uitgangspunt voor de spreekavonden genomen. Als ouder/verzorger bent u vrij om het LVS van uw kind in te zien. In verband met de privacy van uw kind wordt het LVS in een afgesloten kast in de klas bewaard. Bij het verlaten van onze school wordt het LVS gebruikt om een onderwijskundig rapport samen te stellen.
De kinderen krijgen tweemaal per jaar, in januari en in juni een rapport mee naar huis. In dit rapport staat vermeld hoe het kind op school functioneert. Per vak- en ontwikkelingsgebied wordt kort beschreven welke resultaten er in de afgelopen periode door het kind zijn behaald. De beoordeling komt op verschillende manieren tot stand. Enkele malen per jaar worden toetsen gebruikt om te bepalen op welk niveau een kind functioneert. Voor elke groep zijn minimumnormen vastgelegd waaraan kinderen moeten voldoen.
Daarnaast weegt ook mee hoe de kinderen gedurende het jaar hun schoolwerk uitvoeren: werkhouding, werktempo, verzorging van het werk, hoe snel pakken zij de instructie op, etcetera.
De rapporten worden steeds op school ingeleverd en aan het eind van de basisschoolloopbaan meegegeven.
In de loop van groep 2 stellen wij ons de vraag of de doorgaande ontwikkeling van een kind gebaat is bij een overgang naar groep 3. Bij de meeste kinderen is dit het geval. Soms echter zijn kinderen in groep 2 nog zo gericht op spelen en open onderwijssituaties dat de overgang naar groep 3 te abrupt is en geen doorgaande ontwikkeling kan garanderen. Soms ook is er sprake van specifieke ontwikkelingsproblemen of ontwikkelingsstoornissen. De overgangsbeslissing van groep 2 naar groep 3 wordt zeer overwogen genomen.
De leerlingen worden systematisch geobserveerd en hiervoor wordt gebruik gemaakt van de gegevens uit het leerlingvolgsysteem.
Indien er twijfel is over de overgang van een kind naar groep 3, dan wordt dit voor eind januari al besproken met de ouders aan de hand van de gegevens van het leerlingvolgsysteem en eventuele andere onderzoeken. Desgewenst zal in de periode april/mei een tweede gesprek hierover volgen.
Ook na groep 3 wordt jaarlijks zorgvuldig bekeken of een kind gebaat is bij de overgang naar een hogere groep. In geval van twijfel hierover zal dit aan de hand van de gegevens uit het leerlingvolgsysteem en eventuele andere onderzoeken tijdig met de ouders worden besproken. Dit vindt plaats in de periode tussen december en mei.
In alle gevallen besluit de school uiteindelijk in welke groep het kind geplaatst zal worden. De school blijft er verantwoordelijk voor dat het kind op zijn/haar niveau begeleid zal worden, zodat de doorgaande ontwikkeling van het kind gewaarborgd blijft.
Het individuele niveau van de kinderen wordt onder meer gemeten met behulp van Cito-toetsen. Deze toetsen zijn landelijk genormeerd en geven een beeld van het niveau van de school in ons land. Soms wordt op basis van een dergelijke toets bepaald of een kind kan doorstromen naar een volgend lees-, taal- of rekenniveau. In de kleuterbouw worden Cito-toetsen onder meer gebruikt om vast te stellen of kinderen kunnen deelnemen aan het leesprogramma.
Voor informatie over de inhoud van deze toetsen kunt u zich het best wenden tot onze Intern begeleider.
In de groepen 6 en 7 worden in april/mei de cito entreetoetsen afgenomen.
De resultaten van de entree-toets voor groep 7 wordt aan het eind van het schooljaar met de ouders besproken. Deze resultaten van deze toets helpen ons om een eerste advies voor het voortgezet onderwijs in groep 8 te geven.
De entreetoets voor groep 6 wordt niet individueel met de ouders besproken. Als ouders dit wensen kunnen de resultaten van deze toets samen met die van de andere gegevens uit het LVS tijdens de tien-minutengesprekken besproken worden.
Beide toetsen worden daarnaast gebruik om de kwaliteit van ons onderwijs in de gaten te houden op alle vak- en vormingsgebieden. De directie en de intern begeleider bekijken de resultaten van deze toetsen en beslissen welke acties er genomen moeten worden om het onderwijs aan de kinderen te verbeteren.
In november, februari (op uitnodiging), april en juni (op uitnodiging) worden er spreekavonden (de tienminuten-gesprekken) georganiseerd, waarin de leerkracht aan ouders een beeld geeft van de wijze waarop hun kind functioneert. Indien de ouders dat wensen, kunnen zij ook tussentijds een afspraak maken met de leerkracht van hun kind.
In groep 8 staan de spreekavonden in het teken van de advisering voor het voortgezet onderwijs.