Indien we twijfel hebben over de overgang van een kind naar groep 3 hanteren wij het protocol “Verlenging groep 2”. Dit protocol ligt ter inzage bij de directie.
Protocol verlening groep 2
Inleiding
Kinderen stromen op 4-jarige leeftijd in in groep 1 van het basisonderwijs. Deze instroom vindt gedurende het hele schooljaar plaats. Groep 1&2 van het basisonderwijs zijn de zogenaamde kleutergroepen. De overgang van groep 2 naar groep 3 vindt plaats bij aanvang van een nieuw schooljaar.
Sinds 1985, bij de samenvoeging van de kleuterschool en de lagere school tot één basisschool, is de datum 1 oktober verdwenen als criterium voor de overgang van groep 2-3. Volgens de onderwijsinspectie is er sprake van kleuterverlenging als in kind geboren voor 1 januari niet overgaat van groep 2 naar groep 3. Een school moet dan gemotiveerd en met een beredeneerd aanbod aantonen waarom een kind niet geplaatst wordt in groep 3. De wijze waarop dit advies tot stand komt op de school is vastgelegd in dit ‘Protocol verlenging groep 2’
Opzet van het protocol
Doel van het protocol is de besluitvorming over kleutergroepverlenging éénduidig, transparant, systematisch en adequaat te laten plaatsvinden. Het protocol beschrijft de visie van waaruit op Zaan Primair scholen wordt besloten tot verlenging van groep 2. Deze visie staat omschreven in paragraaf 3 en 4. In het ‘Stappenplan leerlingen groep 2’ (par. 6) worden in chronologische volgorde de te ondernemen acties beschreven. Dit zijn acties intern in school en in de communicatie naar de ouders. Tenslotte omvat de procedure (par. 7) een overzicht van de te gebruiken toets- en observatie instrumenten.
Algemene uitgangspunten
§ Het nemen van een beslissing moet gebaseerd zijn op inhoudelijke gronden, die objectief en betrouwbaar zijn vast te stellen.
§ Informatie over het ontwikkelingsniveau van het kind is gebaseerd op een combinatie van observatie- en toetsgegevens. De toetsen zijn een aanvulling en verder objectivering van de observatiegegevens.
§ Het nemen van een beslissing is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van minimaal de leerkracht, de internbegeleider en de directeur. De directeur is eindverantwoordelijk.
§ De betrokkenen in dit besluitvormingsproces dienen tijdig te worden ingeschakeld.
§ De ouders worden in een zo vroeg mogelijk stadium geïnformeerd en betrokken bij de afwegingen. De mening van ouders wordt meegenomen in de afwegingen. De school blijft te allen tijde verantwoordelijk voor het besluit tot kleutergroepverlenging.
§ Na het nemen van de beslissing worden door de school een aantal afspraken vastgelegd. Ouders worden hierover geïnformeerd.
Criteria voor verlenging groep 2
a. Uitgangspunt is dat een kind nog onvoldoende vaardigheden heeft ontwikkeld om te kunnen deelnemen aan het aanvankelijk lees- en schrijfprogramma en het rekenprogramma van groep 3. Tegelijk dient aangetoond te zijn dat verlenging van groep 2 in belangrijke mate zal bijdragen aan de ontwikkeling van de benodigde vaardigheden. Bij verlenging van groep 2 is de verwachting is dat deze ontwikkeling nog een (bijna) volledig schooljaar in beslag zal nemen.
b. De signalering van de leerkracht is het eerste uitgangspunt om na te denken over verlenging. Deze wordt aangevuld met gestandaardiseerde observaties en toetsen. De toetsen zijn aanvulling en verder objectivering van de observatiegegevens.
Voordat er wordt besloten over verlenging van groep 2 heeft een kind op basis van observaties en toetsresultaten extra ondersteuning. Dit is vastgelegd in de vorm van handelingsplannen. De resultaten van deze ondersteuning worden meegewogen in de besluitvorming.
c. De taal- en cognitieve ontwikkeling van een kind zijn de belangrijkste criteria voor al dan niet verlenging van groep 2. Bij alle kinderen die mogelijk in aanmerking komen voor kleutergroepverlenging worden de toetsen Cito Taal voor Kleuters M2 (TVK) en Cito Ordenen M2 afgenomen. Wanneer een kind op de Cito TVK M2 en/of Cito Ordenen M2 scoort op E- of D-niveau of een laag C-niveau kan verlenging groep 2 worden overwogen. Bij het oordeel over de taalontwikkeling wordt tevens rekening gehouden met de ontwikkeling van het fonemische bewustzijn en de mondelinge taalvaardigheid.
In de beoordeling voor verlenging worden daarnaast meegewogen:
§ De sociale ontwikkeling
§ De emotionele ontwikkeling
§ De motorische ontwikkeling
§ Concentratie en taakhouding.
Het ontwikkelingsniveau op deze gebieden kan ertoe leiden dat een kind toch overgaat naar groep 3 (met een individueel handelingsplan voor de aandachtsgebieden).
d. Wanneer een kind op de Cito TVK en Cito Ordenen scoort op hoog C-niveau of A- / B-niveau dan komt het in principe niet in aanmerking voor verlenging van groep 2. Een kind dat op twee of meer andere ontwikkelingsgebieden onvoldoende vaardig is kan wel in aanmerking komen voor verlenging van groep 2 indien:
§ De zwakke vaardigheden een ernstige belemmering vormen voor het leerproces in groep 3 (aangevuld met een individueel handelingplan).
§ Groep 3 onvoldoende in staat is het noodzakelijke ondersteuningsaanbod te realiseren.
§ Aangetoond wordt dat een volledig extra schooljaar in groep 2 noodzakelijk is voor het garanderen van een doorgaande ontwikkelingslijn.
e. Indien besloten wordt tot kleutergroepverlenging zal een ondersteunend lesaanbod worden opgesteld voor het kind gericht op het verder ontwikkelen specifieke vaardigheden. Dit leidt altijd tot het opstellen van een gericht handelingsplan.
Toelichting observatie- en toetsinstrumenten
De observatie-instrumenten die worden gebruikt bij het bepalen van de sociale -, de emotionele en de motorische ontwikkeling worden door de individuele scholen vastgesteld. De voorkeur gaat uit naar gestandaardiseerde observatie-instrumenten omdat deze eenduidig en consistent zijn opgesteld.
Ook na groep 3 wordt jaarlijks zorgvuldig bekeken of een kind baat heeft bij de overgang naar een hogere groep. In geval van twijfel hierover zal dit aan de hand van de gegevens uit het leerlingvolgsysteem en eventuele andere onderzoeken tijdig met de ouders/verzorgers worden besproken.
In alle gevallen besluit de directeur uiteindelijk in welke groep het kind geplaatst zal worden. De school blijft er verantwoordelijk voor dat het kind op zijn/haar niveau begeleid zal worden, zodat de doorgaande ontwikkeling van het kind gewaarborgd blijft.
De interne begeleider speelt hierbij een belangrijke rol.
Het aanvankelijk leesonderwijs in groep 3 sluit zoveel mogelijk aan op de individuele verschillen van de kinderen. Onze methode, Veilig Leren Lezen, biedt de kinderen een verschillende instap mogelijkheid. Door de organisatie van het onderwijs in groep 3 met het werkwiel zijn wij in staat kinderen op hun niveau te begeleiden met het leesproces.
Er zijn kleuters die zichzelf hebben leren lezen en deze methode biedt de mogelijkheid om ook aan deze kinderen tegemoet te komen. Verder biedt de methode oefen - en differentiatiemateriaal, dat aansluit bij het niveau van het kind. Lezen, taal en schrijven zijn vakken die in deze methode zeer nauw samenhangen. Vanaf groep 4 werken we met de leesmethode Estafette en met de taalmethode Taalactief.
Onze rekenmethode is Rekenrijk die ook volgens het eerder genoemde principe van basisstof toetsing, herhaling - en verrijkingsstof werkt.
Voor W.O. gebruiken we de methode de Grote Reis. Dit is een geïntegreerde zaakvakken methode, waarbij aardrijkskunde, topografie, geschiedenis en natuurzaken aan de orde komen.
Voor de expressievakken hebben we als basis de methode: Moet je doen. Deze methode geeft een basisprogramma voor: handvaardigheid, tekenen, muziek, drama en dans, zodat al deze onderdelen aan de orde komen. Deze vakken worden gegeven op de creatieve middagen.
Computers zijn een belangrijk deel van ons onderwijs. We gebruiken ze als onderdeel van onze dag - en weektaken en bij individuele leerlingen hulp.
Vanuit alle klaslokalen kunnen de kinderen contact maken met internet ( Kennisnet) om bijvoorbeeld informatie op te zoeken voor werkstukken en spreekbeurten.
De gymnastieklessen voor groep 3 t/m 8 vinden plaats in de gymzaal, die zich in de school bevindt. De kinderen krijgen minimaal één keer per week les van een vakleerkracht.
Gymkleding en gymschoenen zijn verplicht, net als het douchen na afloop van de les.
Actief burgerschap en sociale integratie
De kern van ons openbaar onderwijs is dat wij onze leerlingen goed voorbereiden op het leven in een pluriforme samenleving.
De bevordering van sociale integratie en burgerschap is in de missie en visie van onze organisatie gewaarborgd. Leerlingen, ongeacht hun religieuze, maat- schappelijke of culturele achtergrond zijn welkom binnen het openbaar onderwijs.
In onze visie schrijven we:
”De ontmoeting staat centraal met aandacht en respect voor verschillen tussen kinderen, ouders en medewerkers. Ieder ontdekt in een veilige en uitdagende omgeving kwaliteiten en talenten. Competente medewerkers helpen kinderen en elkaar deze te ontwikkelen vanuit het perspectief van zelfstandigheid en eigen verantwoordelijkheid”
We vinden het van groot belang dat leerlingen kennis hebben en kennismaken met verschillende achtergronden en culturen van leeftijdgenoten.
Vanaf 1 februari 2006 dient onze school vorm en inhoud te geven aan het
onderwerp “actief burgerschap en sociale integratie”. Deze nieuwe wettelijke
bepaling onderstreept dat bevordering van burgerschap en integratie een taak is die
gerichte aandacht vraagt. De situatie van leerlingen, de wensen van
ouders/verzorgers en omgeving en de missie van de school, ze spelen hierbij
allemaal een rol. Burgerschap is een belangrijk onderwerp dat op veel verschillende
manieren kan worden ingevuld. Er is niet één goede manier waarop dat kan. Deze
opdracht voor onze school is vastgelegd in een aantal wetsartikelen van het
ministerie. Het belangrijkste:
¨ Het onderwijs op onze school gaat er mede van uit dat leerlingen opgroeien in
een pluriforme samenleving;
¨ Het onderwijs is mede gericht op het bevorderen van actief burgerschap en
sociale integratie;
¨ Het onderwijs op onze school is erop gericht dat leerlingen kennis hebben van en
kennis maken met verschillende achtergronden en culturen van leeftijdsgenoten.
Dit alles komt tot uiting in de wijze waarop wij invulling geven aan:
¨ Het pedagogisch klimaat vanuit onze Dalton visie
¨ Het omgaan met elkaar (leerlingen, leerkrachten en ouders)
¨ Ons onderwijsaanbod
We doen al veel aan dit onderwerp, binnen de verschillende vakken en onze manier
van omgaan met elkaar.
De kerndoelen
Vanuit de kerndoelen van het primair onderwijs wordt duidelijk waaraan wij moeten denken als het gaat om het bevorderen van actief burgerschap en sociale integratie.
In de vastgestelde kerndoelen zijn de wenselijke opbrengsten rond deze onderwerpen vastgelegd. Voor het primair onderwijs zijn dit:
Kerndoel 36:
De leerlingen leren hoofdzaken van de Nederlandse en Europese staatsinrichting en hun rol als burger.
Kerndoel 37:
De leerlingen leren zich te gedragen vanuit respect voor algemeen aanvaarde normen en waarden.
Kerndoel 38
De leerlingen leren hoofdzaken over geestelijke stromingen die in de Nederlandse multiculturele samenleving een belangrijke rol spelen en ze leren respectvol om te gaan met verschillen in opvattingen van mensen.
Ook relevant zijn de kerndoelen 34 (zorg dragen voor lichamelijke en psychische gezondheid van zichzelf en anderen), 35 (zich redzaam leren gedragen in sociaal opzicht, als verkeersdeelnemer en als consument) en 39 (omgaan met het milieu).
Wij stellen ons ten doel om het actief burgerschap en de sociale integratie van leerlingen te bevorderen. Dat kan op verschillende manieren worden ingevuld. Wij willen hierbij de volgende accenten leggen:
Democratie - kennis over de democratische rechtstaat en politieke besluitvorming; democratisch handelen en de maatschappelijke basiswaarden.
Participatie - kennis over de basiswaarden en mogelijkheden voor inspraak en vaardigheden en houdingen die nodig zijn om op school en in de samenleving actief mee te kunnen doen.
Identiteit - verkennen van de eigen identiteit en die van anderen; voor welke (levensbeschouwelijke) waarden sta ik en hoe maak ik die waar.
Actief burgerschap en sociale integratie vullen wij op obs Ayundo op de volgende concrete manier in:
|
Democratie
|
Participatie
|
Identiteit
|
|
¨ Werken in gemengde groepen
¨ Deelname aan de klassenkring
¨ Samenstellen met leerlingen van klasse afspraken en regels
¨ Met de leerlingen besluiten nemen
¨ Samen problemen oplossen
¨ Maken van groepswerk
¨ Klassenvertegenwoordigers in de groepen 7 en 8
¨ Leerlingenraad
¨ Vieren van 4/5 mei
¨ Maandvieringen
|
¨ Deelnemen aan project Artikel 1-anti discriminatie
¨ Helpen van anderen
¨ Organiseren buurtfeest
¨ Taken in de klas
¨ Geld inzamelen voor het goede doel
¨ Besluiten nemen over klas- en schoolaangelegenheden
¨ Gastdocenten in de groep
¨ Groepsdoorbroken creatieve activiteiten
¨ Samenwerkingsactiviteiten
¨ Volgen tv weekjournaal
¨ Meedoen aan actie Kinderpostzegels
|
¨ Buitenschoolse instanties bezoeken
¨ Samenwerken
¨ Vieren (maandvieringen, koninginnedag)
¨ Vieren van feesten met religieuze achtergrond
¨ Groepsopdrachten
¨ Volgen van de troonrede
|
Humanistisch Vormend Onderwijs (HVO)
Een belangrijk onderdeel van ons burgerschapsonderwijs is ons Humanistisch Vormend Onderwijs (HVO). Iedere week nemen de leerlingen van groep 5 t/m 7 45 minuten deel aan deze vorm van onderwijs die door een externe docent wordt gegeven.
In het HVO worden jonge mensen begeleid bij het ontwikkelen van een eigen waarde besef en een eigen levensovertuiging door hen op een kritische en creatieve manier te leren omgaan met vragen over normen, waarden en levensovertuiging. In de HVO-les onderzoeken leerlingen samen hun eigen ervaringen en ideeën, leren ze zelf keuzes maken en verantwoording afleggen, worden ze aangemoedigd te communiceren over wat ze denken, voelen, willen en doen. Hierdoor kan iedere leerling/student ervaren wat waardevol is aan het bestaan.
Het herkennen en bespreken van kleine of grote dilemma’s is een belangrijk aandachtspunt bij HVO-lessen. Het onderzoeken van morele vraagstukken stelt kinderen in de gelegenheid om eigen waarden en normen te ontwikkelen. Een voorbeeld van een moreel dilemma waarmee leerlingen te maken kunnen krijgen is het volgende:
“De pen van de meester is gestolen. Jij hebt gezien dat je beste vriend dat heeft gedaan. De meester vraagt aan de klas of iemand er iets van weet. Wat doe je, klik je of lieg je tegen de meester?”
Er zijn veel meer thema's die in de loop van het HVO-jaar de revue passeren. Thema's als anders zijn, buitengesloten worden, pesten, jaloers, arm en rijk, feest en verdriet komen aan de orde op het moment dat er bij de leerlingen vragen zijn.
Actief burgerschap en sociale integratie in onze methodes
Vanaf schooljaar 2009-2010 zullen wij met nieuwe methodes voor geschiedenis en aardrijkskunde gaan werken. Er zal dan ook een analyse gaan plaatsvinden hoe bovenstaande onderwerpen in deze methodes aan bod komen. Deze analyse zal worden verwerkt in de schoolgids 2010-2011. Er is gekozen voor de methodes de Meander en Speurtocht.
Deelname project Art. 1
Vanaf schooljaar 2009-2010 zal onze school deelnemen aan het anti-discriminatie project Art. 1. Hiermee willen wij laten zien dat:
¨ Wij een school willen zijn waar iedereen welkom is en zich thuis voelt. Daarom zorgen wij voor een prettig pedagogisch klimaat en een veilige sfeer, waarin de gehele schoolbevolking op een plezierige manier met elkaar omgaat en samenwerkt. De school staat voor gelijke behandeling van iedereen. Wederzijds respect en verdraagzaamheid zijn belangrijke uitgangspunten, die het denken en doen bepalen. Vandaar dat verschillen in geloof, sekse, afkomst, leeftijd, seksuele voorkeur en handicap of chronische ziekte worden gerespecteerd. Tegen ongewenst gedrag –zoals pesten, achterstelling, bedreiging of uitsluiting – zal corrigerend worden opgetreden.
¨ Wij ons daarom – met instemming van het schoolbestuur – bij het landelijk bureau van Art.1 aanmelden met het verzoek de school officieel te erkennen als [ÉÉN]-school.
¨ Wij de ouders, de samenwerkingspartners en de lokale overheid op de hoogte hebben gesteld van het feit dat hun school vanaf schooljaar 2009-2010 een [ÉÉN]-school is.
¨ Hun school aan alle bij de school betrokkenen wil laten weten én wil laten zien dat de bovengenoemde waarden voor iedereen van groot belang zijn. Daarom zal de school jaarlijks een schoolbrede activiteit organiseren waarin die waarden tot uitdrukking worden gebracht. Zo kan iedereen ervaren, meevoelen – én laten zien – hoe het is om een [ÉÉN]-school te zijn.
¨ Wij op de hoogte zijn van de voorwaarden waar wij aan moet voldoen om een [ÉÉN]-school te zijn en te blijven. Daarom steunen zij initiatieven die bijdragen aan gelijke behandeling voor iedereen. Ook zullen wij de oudere en samenwerkingspartners actief betrekken bij ontwikkelingen en activiteiten op dit gebied.
Kinderen in het groep 5 krijgen schoolzwemmen in zwembad de Zaangolf of de Watering.
Degenen die nog geen zwemdiploma hebben, worden daarvoor getraind. Kinderen die wel een diploma hebben, krijgen allerlei oefeningen. Zo leren ze bijvoorbeeld zwemmen met winterkleren aan en wat te doen als je door het ijs zakt. De kinderen worden per bus naar het zwembad vervoerd.